1. Breng 1 liter koud water samen met het soepvlees aan de kook. Draai het vuur laag en voeg het blokje runderbouillon toe. Laat dit 2 uur trekken.
2. Pel en snipper ondertussen de ui.
3. Laat, wanneer het vlees bijna klaar is met stoven, in een andere pan de boter smelten en voeg de ui toe, bak deze zo'n 3 minuten mee.
4. Zet het vuur lager en voeg in één keer de helft van de bloem toe. Roer tot een papje en laat het geheel enkele minuten garen.
5. Voeg vervolgens in kleine delen de runderbouillon toe en roer - voordat je een nieuwe scheut toevoegt - alles tot een geheel zonder klontjes.
6. Stop met het toevoegen van de bouillon wanneer er een dikke saus ontstaat.
7. Schep het vlees door de saus en breng op smaak met een snuf peper en zout.
8. Laat het mengsel volledig afkoelen voordat je verder gaat.
9. Doe de overige bloem, een losgeklopt ei en het paneermeel ieder in een aparte kom.
10. Vorm nu vier staafjes van het vleesmengsel en haal ze eerst door de bloem, dan door het ei en als laatste door het paneermeel. Herhaal de laatste 2 stappen nogmaals. Dus rol de kroketten na de eerste paneerlaag nog een keer door het ei en daarna door het paneermeel.
11. Verhit de olie in een (frituur)pan tot 180 graden en bak de kroketten in circa 5 minuten goudbruin. Haal ze uit de pan en laat ze goed uitlekken.